COGNITIEF ACADEMISCH TAALGEBRUIK
DIT PLATFORM IS MEDE MOGELIJK GEMAAKT DOOR ONDERSTEUNING VAN CONTACT MET TAALME.NU DOORZOEK TAALME.NU ZOEKEN info@taalme.nu colofon
Het begrip wordt geduid door het presenteren van de definitie uit de kennisbasis (uitleggen), door het aanreiken van ondersteunende theorie (uitbreiden), door het bieden van visualisatie in de vorm van film- of illustratiemateriaal (uitbeelden) en door het geven van praktijkvoorbeelden waaruit de toepassing van het begrip blijkt (uitproberen).
Het begrip
UITLEGGEN WAT?
UITBREIDEN WAT IN DE THEORIE?
UITBEELDEN WAT OP BEELD?
UITPROBEREN WAT IN DE PRAKTIJK?
GERELATEERDE BEGRIPPEN
Omschrijving De startbekwame leerkracht stimuleert de vaardigheid om taal op een abstract niveau te kunnen gebruiken om zo in een schoolse context nieuwe informatie te kunnen verwerven en verwerken. Toelichting In schoolse situaties moeten leerlingen kunnen beschikken over meer abstracte taal (CAT) dan in dagelijkse taalvaardigheid (DAT) waarin vaak meer concrete taal volstaat. Deze twee typen taal onderscheiden zich vooral op de dimensies cognitieve complexiteit en contextuele steun. Leerlingen op de basisschool maken een proces door van praten over concrete en persoonlijke ervaringen naar het uitdrukken van steeds abstractere ideeën. Vanaf groep 5/ 6 speelt de schoolse taalvaardigheid een belangrijke rol, vanaf dat moment krijgen de leerlingen expliciet onderwijs in de zaakvakken en komt er een steeds grotere nadruk te liggen op kennis van schoolse, abstracte begrippen en complexe zinscontructies. De leraar dient schooltaal in de brede vorm voor te doen aan zijn leerling, dat betekent dat ze naast schooltaalbegrippen ook complexe zinsconstructies of teksten met een hoog abstractieniveau (zoals redeneringen) aanbieden. Om de leerling te begeleiden bij het verwerven ervan kan de leraar bepaalde strategieën te gebruiken, zoals modeling en parafraseren. Daarnaast stimuleert de leraar de leerling om de juiste taal te gebruiken op het juiste moment. Ook hiervoor bestaan strategieën, zoals het preciezer formuleren van vragen, het herhalen van de correcte taaluiting van de leerling en het maken van prikkelende opmerkingen. Tweedetaalverwervers en taalzwakke leerlingen hebben vaak moeite met de . schoolse taalvaardigheid. Deze taalvaardigheid staat ver af van hun dagelijkse taalgebruik. Een leraar moet daarom gericht werken aan de school- en vaktaalwoorden.
Binnenkort vind je hier artikelen en verwijzingen naar (hand)boeken en internetsites die je kunt gebruiken om het begrip nader te duiden.
Binnenkort vind je hier filmpjes of illustraties die je kunt gebruiken om het begrip te visualiseren.
Binnenkort vind je hier voorbeelden uit de onderwijspraktijk (lesvoorbeelden, checklists, kijkwijzers) om te zien hoe het begrip toepassing kent.
Binnenkort vind je hier de begrippen uit de kennisbasis die aan dit begrip zijn gerelateerd.